In juni 2002 studeerde Joyce Graafhuis af in de richting autonome vormgeving aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. De schilderijen van Joyce tonen verstilde scènes op doek. Deze beelden vermengen zich laag over laag waardoor een nieuw beeld ontstaat dat aansluit op haar gevoel. Ze vinden hun oorsprong in haar gedachten en herinnering maar transformeren zich op het doek tot sferische/filmische beelden. Ze krijgen daardoor een ruimere betekenis dan slechts haar betekenis. De scènes geven een parallelle wereld weer waarin niet duidelijk is wat er gebeurt. Ze creëert een atmosferisch decor waarbinnen allerlei elementen een bepaalde betekenis kunnen krijgen. Omdat ieder mens zijn eigen werkelijkheid creëert, zal iedere toeschouwer weer een ander verhaal kunnen maken van de gegeven elementen in het beeld. Ze gebruikt beelden die ze tegenkomt in films, in kranten, op oude foto’s, op internet en foto’s die ze maakt van plekken die haar fascineren. Ze is gefascineerd door de binnen en buitenkant van dingen, en dan vooral het laagje wat het interieur van het exterieur scheidt. Bij elkaar gebracht creëren ze een nieuwe vaak raadselachtige werkelijkheid waarbij ze de ontknoping laat aan de toeschouwer.